Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie Bedenkelijke theorie Racistisch onderwijs? Racistisch onderwijs? Inge Versteegt Onschendbaarheid docenten
Reactie Koops & reactie Versteegt Reactie Koops & reactie Versteegt De Volkskrant Debat over racisme Brief Tellegen Misleidend onderwijs
Standpunt College van Bestuur Universiteit Utrecht College van Bestuur UU Rushton & Kalma aan het woord Rushton & Kalma Ras is biologisch nonsens concept Ras is biologisch nonsens concept
Zwakzinnig Afrika Zwakzinnig Afrika Domme neger is taboe Domme neger is taboe Onderzoek UU afgerond Onderzoek UU afgerond
Brief dr. A. Kalma Brief dr. A. Kalma Ras en IQ Ras en IQ Ras, rede en racisme Ras, rede en racisme

In 2003 is door de studente Inge Versteegt een klacht ingediend over de wijze waarop een docent van de Universiteit Utrecht de theorie van Rushton, aangaande verschillen in intelligentie tussen rassen, in het onderwijs heeft behandeld.
Het artikel uit de Volkskrant van 15 oktober geeft een overzicht van de gang van zaken.

UK 19, Universiteitskrant Groningen, 29 januari 2004

Domme neger is taboe

Zwarten hebben een gemiddeld IQ van 70, blanken scoren 100 en Aziaten zelfs 106. Het zijn gegevens die de basis vormen voor een wetenschappelijke theorie over de evolutionaire verschillen tussen de rassen.
Een dubieuze theorie, meent de Groningse psycholoog Peter Tellegen, want het zou betekenen dat de helft van alle Afrikanen zwakzinnig is.

René Fransen

Vroeger zei men wel: “Zwarten zijn achterlijk.” Nu zegt men: “Het gemiddelde IQ van de zwarte Afrikanen is 70.”
Begin december hing in het Heijmansgebouw een poster met deze provocerende tekst, een verwijzing naar een Utrechtse wetenschapper en een website. De poster was er een uit een serie van drie, waarmee de Groningse psycholoog Peter Tellegen zijn ongenoegen kenbaar wilde maken over de manier waarop de Universiteit Utrecht om is gegaan met een klacht over vermeend racisme in een cursus evolutionaire psychologie. Het protest leidde tot een verzoek van de Utrechtse decaan van de sociale faculteit aan zijn Groningse collega, om de posters weg te halen en om Tellegen te verzoeken zijn website, waarop hij een dossier over de kwestie bijhoudt, te kuisen.
“Ach, toen dat verzoek binnenkwam waren de posters al weg”, relativeert Tellegen deze opvallende poging hem tot de orde te roepen.
Hij is betrokken geraakt bij een conflict tussen de Universiteit Utrecht en een psychologiestudent, Inge Versteegt. Die volgde in 2002 een cursus evolutionaire psychologie, waarbij de docent onder meer de rassentheorie van de Canadese psycholoog J. Philippe Rushton behandelde.


Deze posters zijn in de maand december 2003 opgehangen bij de faculteit sociale wetenschappen (PPSW) in Groningen om duidelijk te maken wat uitspraken over een gemiddeld IQ van 70 eigenlijk betekenen.
Klik op de afbeelding voor een grotere versie



Rushton probeert verschillen tussen zwarten, blanken en Aziaten te verklaren vanuit hun evolutionaire achtergrond. Het zwarte ras ontwikkelde zich onder omstandigheden waarbij agressief gedrag en het krijgen van veel kinderen bevorderlijk waren voor de overleving. In het koudere noorden, waar blanken en Aziaten zich ontwikkelden, was juist een grotere intelligentie belangrijk en het krijgen van een beperkt aantal kinderen die goed verzorgd werden. Allerlei statistieken, zoals intelligentie, penisgrootte en de leeftijd waarop kinderen hun eerste stapjes zetten, dienen om deze theorie te ondersteunen.
Versteegt vond dat de docent de – in haar ogen racistische – theorie van Rushton wel erg kritiekloos bracht en begon een e-maildiscussie met hem. Omdat die niet bevredigend verliep, diende ze een klacht in bij de faculteit. Die werd afgewezen, waarop Versteegt het hogerop zocht. Het aanwijzen van de Groningse emeritus hoogleraar psychologie Willem Hofstee hielp ook niet: hij oordeelde mild over de theorie van Rushton, iets waar Versteegt zich niet bij neer wenste te leggen. Temeer omdat het Landelijk Bureau Racismebestrijding zich wél uiterst kritisch over Rushton uitliet: zo zouden de Afrikaanse IQ-metingen die hij gebruikte zijn verzameld in Zuid-Afrika ten tijde van het apartheidsregime. In die periode werd aan zwarte scholen inferieur onderwijs gegeven.
Twee weken geleden heeft de Universiteit Utrecht een onafhankelijke commissie in het leven geroepen die zowel het college over Rushton als de afhandeling van de klacht zal onderzoeken.
Tellegen raakte geïnteresseerd in de kwestie toen hij afgelopen najaar een artikel over de klacht las in De Volkskrant. “Het werk van Rushton heb ik niet in detail bestudeerd. Maar wat hij zegt over intelligentie kán gewoon niet waar zijn.”
Logisch nadenken leert immers dat bij een gemiddelde intelligentie van 70 de helft van alle Afrikanen een IQ ónder de 70 heeft. Tellegen wijst op de classificatie van IQ-scores, die hij ook op een van zijn posters heeft afgedrukt. “Volgens de Nederlandse normen is iemand met een IQ tussen de 50 en de 69 licht zwakzinnig. Dus wanneer je zegt dat het gemiddelde IQ op het Afrikaanse continent 70 is, zeg je eigenlijk dat de helft van de bevolking zwakzinnig is. Dan heb je het over een gigantisch maatschappelijk probleem.”
Een probleem dat duidelijk zichtbaar zou moeten zijn. “Wat mij ergert is dat bij de hele afwikkeling van de klacht de betekenis van het verschil in IQ tussen blanken en zwarten is gebagatelliseerd. Men brengt de boodschap: zwarten zijn achterlijk, maar men durft het blijkbaar niet hardop te zeggen. Ik vind het gevaarlijk dat men getallen presenteert maar de betekenis daarvan ontkent.” Tellegen correspondeerde met Versteegt en begon een archief van de affaire bij te houden op zijn website (www.testresearch.nl).
Gezien de extreme uitkomst vermoedt Tellegen dat de bevindingen van Rushton gebaseerd zijn op een ondeskundig gebruik van IQ-tests. Een terrein dat zijn warme belangstelling heeft: de psycholoog is zelf als auteur verantwoordelijk voor de Snijders-Oomen Niet-verbale Intelligentietests. “Veel IQ-tests hebben een sterke taalvaardigheidscomponent. Wanneer je zo’n test niet in de moedertaal afneemt, zal de uitkomst lager zijn. Verder wordt in intelligentietests vaak naar feitenkennis gevraagd. In een Amerikaanse test kan de vraag zitten hoeveel sterren er in de Amerikaanse vlag zitten. Wanneer je die test zonder meer in Afrika afneemt, krijg je dus een lage score.”
Het afnemen van een Westerse test in Afrika zonder noodzakelijke aanpassingen zou een methodologisch blunder zijn, maar dergelijke blunders komen volgens Tellegen regelmatig voor. “Er is bijvoorbeeld net een intelligentietest op de markt gekomen om leerlingen uit het basisonderwijs door te verwijzen naar de verschillende vmbo-richtingen. Dat is een typisch verbale test.” Taalvaardigheid is natuurlijk belangrijk op school, maar het is niet hetzelfde als intelligentie: “Aan kennis van de Nederlandse taal kan je iets doen. Aan intelligentie veel minder.”
Zijn collega’s in Utrecht, zo vindt hij, hadden serieuzer om moeten gaan met de klacht van Versteegt. “Het wetenschappelijke oordeel over Rushton schuiven ze door. Het werk van Rushton doet mij een beetje denken aan Von Däniken. Het klinkt aardig als je het oppervlakkig leest. Maar het is geen wetenschap.”

Wat opvalt in de hele affaire is dat geen van de betrokkenen de oorspronkelijke studies van Rushton heeft bekeken. Het feit dat Rushtons theorie politiek incorrect is – en veelvuldig door allerlei racistische organisaties wordt geciteerd – is op zich geen reden om het wetenschappelijk gehalte ervan in twijfel te trekken. Alleen, uitzonderlijke claims vragen om zeer zorgvuldig bewijs. Dat half Afrika zwakzinnig is, is zonder twijfel zo’n uitzonderlijke claim die in het Utrechtse college niet onderbouwd is. Bovendien, wie worden eigenlijk bedoeld met het zwarte ras? Afrika telt talloze verschillende bevolkingsgroepen. Net als het blanke ras.
De gretigheid waarmee de theoriën van Rushton worden aanvaard – het opinieblad Elsevier schreef er eind november nog een goedkeurend artikel over – is op zichzelf een signaal van een nieuwe politieke correctheid. Dat is de ‘correctheid’ van de achterlijke islam en het falende integratiebeleid. Het is te hopen dat de Utrechtse onderzoekscommissie in de wirwar aan meningen de feiten weet te vinden. Hun rapport moet binnen twee maanden klaar zijn.

Reactie sociale faculteit Utrecht

Hoewel de Universiteit Utrecht een ‘media-stilte’ heeft afgekondigd over de kwestie-Versteegt wilde de decaan van de sociale faculteit, prof. dr. Willem Koops, wel kort reageren op enkele vragen. “De klacht van mevrouw Versteegt betreft het racistische karakter van het onderwijs van een docent (dr. Kalma) van deze faculteit. (…) Uit alles blijkt dat dr. Kalma voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het waarheidskarakter van de gegevens en interpretaties van Rushton in zijn colleges er niet toe deden; hij gebruikte de gegevens van Rushton – waarover hij uitdrukkelijk zei: ‘wees er kritisch over’ – om te illustreren hoe het denken in de evolutionaire psychologie in elkaar steekt; kortom: de gegevens van Rushton dienden een didactisch doel, en werden niet opgevoerd om onbetwijfelbare zaken te bespreken – integendeel.”
“Tenslotte teken ik wel aan dat de gegevens van Rushton minstens ten dele in goede wetenschappelijke tijdschriften zijn gepubliceerd en voldoen aan de gebruikelijke eisen van aanvaarbaar wetenschappelijk onderzoek.”
De bewuste docent is kort na het college met pensioen gegaan en vaart momenteel op een zeiljacht langs de route die Charles Darwin volgde met de Beagle.

Commentaar | Correct

Door René Fransen

Wetenschappelijk onderzoek moet waardevrij zijn. Dus een theorie die stelt dat zwarten, blanken en Aziaten door een verschillende evolutionaire achtergrond ook verschillende fysieke en mentale kwaliteiten ontwikkelden, mag niet a priori als racistisch worden verworpen. Ook niet wanneer zwarten systematisch het laagste IQ van de drie rassen blijken te hebben.
J. Philippe Rushton is een veel geciteerde psycholoog met een lange staat van dienst. In zijn magnum opus ‘Race, evolution and behaviour’ zet hij bovengenoemde theorie uiteen en onderbouwt hem.
De theorie van Rushton is door een Utrechtse docent gebruikt in een college. Dat leidde tot een klacht van één student, waarna verschillende mensen zich ermee gingen bemoeien (zie ook pag. 13). Opvallend is dat niemand veel interesse vertoont in de wetenschappelijke houdbaarheid van Rushtons theorie. De Utrechtse faculteit vindt dat de theorie gebruikt mag worden, want ze is gebaseerd op publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. De Groningse emeritus Hofstee, die gevraagd was een oordeel te geven, schrijft: “Mijn oordeel is oppervlakkig omdat die ideeën me maar matig interesseren en ik ook nu niet de aandrang voel me er grondig in te gaan verdiepen.” Waarna hij wel zegt dat de kritiek op Rushton niet specifiek is en dat zijn theorie inderdaad wetenschappelijk is. Zelfs RUG-psycholoog Peter Tellegen, die in december een postercampagne voerde tegen het Utrechtse Rushtoncollege, voelt zich (nog) niet geroepen diens werk zorgvuldig te analyseren.
Hierdoor verzandt de discussie in een ideologisch loopgravengevecht. Terwijl er wel degelijk ernstige wetenschappelijk-inhoudelijke vraagtekens te zetten zijn bij de theorie. En we hebben het hier niet over een strikt academische discussie. Racisme is een kwaad dat steeds weer de kop opsteekt. Rushtons boek wordt door tal van racistische organisaties aangehaald. Dat zegt niets over de houdbaarheid van zijn theorie. Maar wie hem extra academische waarde geeft door hem op te nemen in een collegedictaat moet zich in de houdbaarheid ervan verdiepen. En ja, bij een theorie over rassenverschillen is het goed om, vanwege de maatschappelijke consequenties, voorzichtiger te zijn dan bij een theorie over de levenswijze van de Andes-marmot. Niet omdat het politiek correct is, maar omdat het ethisch en academisch correct is.

Meer informatie is te vinden op de dicussiepagina van het LBR (Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie)
En op de website van de Utrechtse Universiteitskrant (zoek in ‘Archief’ naar Rushton).


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests