Ras is biologisch nonsens concept
Dr. Machteld Roede, fysisch antropoloog
tot 1983 werkzaam aan de UU, momenteel aan de Universiteit van Maastricht
Bij het lezen van stukken rond het doceren over 'ras'-verschillen (Ublad 22 januari) vraag ik me af: leeft bij de Universiteit Utrecht enig historisch besef? Hier is immers de unieke verzameling aanwezig van een van de grondleggers van de (fysische) antropologie, de Duitser Rudolf Martin. Hij besloot zijn geschriften over de menselijke variabiliteit veilig te stellen bij de Anatomie te Utrecht na zijn weigering in te gaan op een bevel van de nazi's. Zij eisten van de Duitse antropologen hun publicaties te vervalsen om hun verderfelijke ideologie een zogenaamde 'wetenschappelijke' basis te verlenen. Na de oorlog vormde Martin's werk het pronkstuk van het Instituut voor Antropobiologie. Directeur John Huizinga was in 1975 aanwezig op een internationale bijeenkomst waar 30 leidinggevende antropologen besloten tot afschaffing van het biologisch gezien obsolete concept 'ras'. Mede gezien die historie is het droef dat nu bij de UU kritiek wordt afgewezen op docent Kalma die zich baserend op het drijfzand van psycholoog Rushton spreekt en schrijft over verschillen tussen 'de drie rassen'.
Racisme bestaat, het sociaal construct ras kan niet worden ontkend. Bij de huidige UU-discussie gaat het echter om biologische verschillen. Al in 1785 concludeerde de Duitser Herder dat rassen als zodanig niet bestaan. Dit is sindsdien door uiteenlopend empirisch onderzoek door anatomen, artsen en genetici onderschreven. Want in tegenstelling tot bij plant en dier, komen bij de mens nergens scherp te scheiden groepen voor. De variabiliteit is weliswaar groot, maar altijd gradueel. Zo verschillen Afrikanen onderling genetisch méér dan Afrikanen en mensen uit Europa. Recente DNA analyses onderschrijven dit: genetisch zijn geen afzonderlijke rassen te onderscheiden. Dit heeft niets te maken met 'links' of 'rechts'-zijn of met theorieën die komen en gaan, maar hier gaat het om harde feiten.
Ik houd mij buiten discussies over de juiste klachtenprocedures of de keuzevrijheid van de docent bij te behandelen leerstof. Ik heb echter wel een oordeel over de uitspraken van Kalma en Rushton op het terrein van biologische processen: zij glijden daar (on)behoorlijk uit. Student Versteegt's vraag was of Kalma de internationaal zo omstreden Rushton op een verantwoorde wijze heeft behandeld.
Nu zijn een econoom, een didacticus en een psycholoog gevraagd de zaak te onderzoeken. Wordt het echter niet eens tijd een wat de rassentheorieën betreft terzake deskundige in te schakelen? Want zeker is aan de kaak te stellen dat Kalma kritiekloos Rushton's wetenschappelijk ongefundeerde kern uitgangspunt van 'biologische en genetische ras verschillen' heeft overgenomen.