In oktober 2004 zijn door Harcourt Test Publishers (voorheen Swets Test Publishers) aan de gebruikers van de WAIS-III NL enkele gegevens verstrekt over de samenstelling van de aangepaste normgroep. Het is hun bedoeling de nieuwe normen deze maand aan de gebruikers toe te sturen. In een recent artikel (Tellegen, 2004) is erop gewezen dat tot de leeftijd van 65 jaar de samenstelling van de normgroepen naar opleidingsniveau goed met de CBS-gegevens overeenkomt. Mogelijk is er wel enige vertekening voor de leeftijd van 16-19 jaar. Voor de leeftijdsgroepen van 65-86 jaar ontbraken bij de presentatie van Harcourt relevante CBS-gegevens. Op het eerste gezicht was echter duidelijk dat het percentage hoger opgeleiden (HAVO-niveau en hoger) in deze leeftijdsgroepen veel te hoog was. Hoe veel te hoog was op dat moment echter niet duidelijk.
In het kader van de herziening van de GIT (Groninger Intelligentie Test), eveneens een intelligentietest voor volwassenen en met dezelfde leeftijdsrange als de WAIS-III, hebben de auteurs van de GIT-2 (Luteijn & Barelds, 2004) aan het CBS verzocht een tabel samen te stellen van het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking voor verschillende leeftijdsgroepen. Deze tabel heeft betrekking op het jaar 2002. In deze tabel is het opleidingsniveau voor de leeftijd vanaf 65 jaar wel weergegeven.
In de tabel hieronder, staat het opleidingsniveau voor:
- de aangepaste WAIS-III normgroep,
- de CBS-gegevens van Harcourt m.b.t. 1999, en
- de CBS-gegevens m.b.t. 2002 die voor de normering van de GIT-2 zijn gebruikt.
Het HAVO+ opleidingsniveau wordt hier gedefinieerd door het percentage personen dat een opleiding heeft behaald op HAVO, VWO, HBO of universitair niveau of een niveau dat vergelijkbaar is. Bij de CBS-tabel voor 2002 telt ook mee als men nog bezig is met een dergelijke opleiding. Dit verschil in definitie verklaart waarom de percentages bij de groep van 15-19 jaar zo sterk afwijken. Vanaf de leeftijd van 20 jaar zijn de percentages voor 2002 ongeveer 2 punten hoger dan voor 1999. Dit hangt samen met de verbetering van het opleidingsniveau in de loop der tijd.
Effect van de afwijkingen op de genormeerde scores
Uit de CBS-gegevens blijkt dat vanaf 65 jaar het percentage hoger opgeleiden verder afneemt van 17% naar 13%. Gemiddeld is in de populatie van 65-86 jaar het percentage hoger opgeleiden gelijk aan 15%. In de oudere normgroepen bij de WAIS-III is het percentage echter 39%. Dit is een enorm verschil met grote gevolgen voor de normering. Uit de gegevens die Harcourt op hun website heeft gepubliceerd blijkt dat ook bij ouderen vanaf 65 jaar sprake is van een sterke relatie tussen opleidingsniveau en de IQ-score op de WAIS-III. Voor de hier onderscheiden hoog- en laagopgeleide groep is het verschil circa 15 IQ-punten.
Zolang niet duidelijk is hoe de normering door Harcourt wordt uitgevoerd is het moeilijk om nauwkeurig aan te geven wat het effect is op de normering. Een globale schatting geeft aan dat de systematische afwijkingen als gevolg van het te hoge opleidingsniveau in de leeftijdsgroepen vanaf 65 jaar gemiddeld 3.5 IQ-punten zullen zijn. Dit lijkt misschien niet zo belangrijk maar het gaat hier om een gemiddeld verschil. De effecten zullen niet in alle leeftijdsgroepen even groot zijn en bovendien zal niet alleen het gemiddelde, maar ook de spreiding en vorm van de scoreverdeling veranderen. Dit betekent dat de afwijkingen ongelijk verdeeld zijn, zowel over de scorerange als over de leeftijdsrange. Dit maakt het onmogelijk hiervoor een goede correctie te geven zonder een nieuwe normering uit te voeren. Zonder nieuwe normering zullen de systematische fouten als gevolg van het te hoge opleidingsniveau waarschijnlijk variëren van 0 tot 7 IQ-punten.
Effect van de afwijkingen op de betrouwbaarheid van de WAIS-III
De betrouwbaarheid van het totaal-IQ is in de oudste leeftijdsgroepen .96 (Uterwijk, 2000). Dit correspondeert met een meetfoutvariantie van 9. De foutenvariantie als gevolg van het onjuiste opleidingsniveau zal ongeveer 15 zijn. Omdat de IQ-score beoogt de positie in de populatie weer te geven dient deze foutenbron bij de berekening van de betrouwbaarheid te worden meegenomen. Deze is dan gelijk aan (225-9-15)/225=.89. Dit betekent een aanzienlijke, en voor dit type test, hoogst onwenselijke achteruitgang van de betrouwbaarheid. De standaardmeetfout zou hierdoor toenemen van 3 naar 4.9 IQ-punten.
Nog een ander effect van een onjuist samengestelde normgroep is dat de invloed niet constant zal zijn voor de verschillende testonderdelen. Hierdoor wordt ook de vergelijking tussen subtestscores en schaalscores minder valide.
Suggestie voor een snelle oplossing
Op dit moment is niet duidelijk hoe de normering precies is gedaan. Vermoedelijk is de normering gelijktijdig uitgevoerd voor alle leeftijdsgroepen. Hoewel deze methode grote voordelen biedt, betekent het ook dat systematische afwijkingen van invloed zijn op aanliggende leeftijdsgroepen. Hierdoor zal ook de nauwkeurigheid van de normering voor de leeftijd onder de 65 jaar zijn verminderd. Gezien deze situatie is het niet verantwoord dat de normering van de WAIS-III NL in deze vorm wordt uitgebracht. Indien men toch op korte termijn de normen wil uitbrengen dan is een goede oplossing om de normering te beperken tot 65 jaar. Voor ouderen hanteert men dan de tabel voor 65 jaar zonder daar IQ-labels aan te verbinden.
De normen moeten dan weliswaar opnieuw berekend worden maar de normgroep hoeft niet opnieuw aangepast te worden en aanvullende testafnames zijn niet nodig. De gegevens van de oudere groepen blijven bruikbaar voor validiteitsanalyses. Ook los van de problemen met de samenstelling van de normgroep zijn er overwegingen om geen genormeerde IQ-scores te berekenen voor ouderen. Vanaf de leeftijd van circa 50 jaar gaan allerlei problemen, die als zodanig weinig met intelligentie te maken hebben, een rol spelen bij de testprestatie. Te denken valt aan verminderend gezichtsvermogen en gehoor, problemen met fijne motoriek, vermoeidheid, verminderde concentratie etc. Hierdoor zijn de uitkomsten steeds minder als intelligentieniveau te beoordelen en dient de persoonlijke context centraal te staan bij de interpretatie van de uitkomsten.
Uit de gebeurtenissen met de WISC-III is duidelijk geworden hoezeer problemen kunnen toenemen als gebreken aan een test niet goed en adequaat worden hersteld. De afgelopen twee jaar is door Harcourt veel werk verzet om de normering van de WAIS-III te verbeteren. Het zou bijzonder jammer zijn als dat eigenlijk weer teniet wordt gedaan door de aangepaste normen nu uit te brengen terwijl een belangrijk probleem niet is aangepakt.
Literatuur
Luteijn, F. & Barelds, D. (2004). GIT-2 Handleiding. Amsterdam: Harcourt Test Publishers. (in voorbereiding).
Tellegen, P.J. (2004). Normering van de WAIS-III wordt ingrijpend herzien. Tests & Test- research.
Uterwijk, J. (2000). WAIS-III Nederlandstalige bewerking. Technische handleiding. Lisse: Swets & Zeitlinger.