Intelligentietests voor jonge kinderen Intelligentietests voor jonge kinderen Bespreking: Intelligentie, weten en meten Intelligentie: weten en meten Diagnostiek bij onderwijs en indicatiestelling Diagnostiek onderwijs en indicatiestelling
Zin of onzin van de kleutertoets Zin of onzin van de kleutertoets Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Rugzak of Aapje? Rugzak of Aapje?
Het kind als machientje Het kind als machientje De waan van het IQ De waan van het IQ Diagnosten in spagaat Diagnosten in spagaat
Kinderen met dyslexie onderschat Kinderen met dyslexie onderschat IQ en onderwijs, twee NRC artikelen IQ en onderwijs, twee NRC artikelen Tests onzuiver belicht Tests onzuiver belicht


IQ en onderwijs, twee NRC artikelen
School overschat waarde IQ-test 'School overschat waarde IQ-test' 26 februari 2005
Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn 'Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn' 7 maart 2005

NRC/Handelsblad: 26 februari 2005

'School overschat waarde IQ-test'

Door onze redacteur Guus Valk

Intelligentietesten voor kinderen zijn onbetrouwbaar,
zegt de maker van zo'n test.


GRONINGEN, 26 FEBR. Hij weet nog precies wat hem aan het denken zette. Twee jaar geleden kreeg dr. Peter Tellegen, psycholoog en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, een wanhopig mailtje. Een vader wilde zijn zoon met leerproblemen inschrijven op een school met een speciaal lesprogramma. De school ging akkoord, maar bij inschrijving bleek dat het kind eerder op een intelligentietest een IQ-score van 69 punten had gehaald.
Sorry, zei de school, wij accepteren geen kinderen met een IQ lager dan 70 punten
Dit voorval deed Tellegen beseffen dat de intelligentietests die hij maakt, soms op heel andere wijze gebruikt worden dan waar hij ze voor bedoeld heeft. "Ik vond dit zo schandalig dat ik me erin ben gaan verdiepen." En wat blijkt? "Psychologen en scholen houden vaak geen enkele slag meer om de arm. De uitkomst van tests worden als een vaststaand gegeven gebruikt."

Sterker nog, scholen moeten intelligentietests gebruiken. In 1999 ging het speciaal onderwijs op in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, het vmbo. Ook kinderen met leer- en gedragsproblemen gaan daar nu heen. Ze kunnen op het vmbo wel aangepaste lesprogramma's volgen. Maar om daarvoor in aanmerking te komen, moeten ze eerst een intelligentietest doen. Afhankelijk van hun IQ-score komen ze op een van de drie aangepaste niveaus. In 2003 ging het om ruim 100.000 leerlingen.

Twee van de vijf toegestane tests zijn mede door Peter Tellegen gemaakt. Het gaat hem commercieel dus voor de wind, geeft hij toe. “Deze tests zijn enorm populair geworden. Maar het circus is volkomen doorgeslagen.” Tellegen is verbijsterd over de manier waarop door de overheid wordt voorgeschreven hoe tests moeten worden gebruikt: “Pure volksverlakkerij.”

Voor een goed gebruik van een intelligentietest, zegt hij in zijn werkkamer, zijn drie voorwaarden vereist. “De test moet allereerst alleen worden afgenomen in het belang van het kind. Daarbij moet hij zo goed mogelijk ontworpen zijn én moet de uitkomst gerelativeerd worden.” Want een mens, zegt Tellegen keer op keer, “hééft geen IQ.” “Ja, een mens heeft een lengte. Ja, hij heeft een schoenmaat. Maar geen IQ.”

Een groot bezwaar is voor Tellegen de onnauwkeurigheid die per definitie bij een intelligentietest hoort. “Ik heb uitgezocht dat als je een kind twee goede tests afneemt, er in 30 procent van de gevallen een verschil in uitkomst is van minimaal tien punten. In circa 5 procent is het verschil zelfs twintig IQ-punten of meer. Let wel, dat is nog meer dan het verschil tussen een gemiddelde leerling in de gemengde leerweg in het vmbo en in het vwo.”

De gevolgen laten zich raden. Voor leerlingen die extra zorg nodig hebben is er het 'leerwegondersteunend onderwijs' en het 'praktijkonderwijs', het voormalige speciaal onderwijs. Maar, zegt Tellegen: “Er komen nu kinderen in het praktijkonderwijs die daar helemaal niet thuishoren. Als een kind daar terechtkomt, is het over het algemeen heel moeilijk daar weer uit te komen. En dan laat ik de carrièremogelijkheden na school nog buiten beschouwing.” Het omgekeerde gebeurt ook - kinderen die alleen het niveau van het praktijkonderwijs aankunnen, komen in het reguliere onderwijs terecht. “Allemaal omdat te zeer op de IQ-score wordt afgegaan, waardoor de verkeerde diagnose wordt gesteld.”

Bij hoeveel kinderen door het afnemen van de IQ-test een fout schooltype wordt gekozen, is vrijwel niet na te gaan, zegt Tellegen. “Maar als je in de derde klas van het voortgezet onderwijs een goede intelligentietest zou afnemen, en je zou de leerlingen alleen op grond van deze score in een niveau willen onderbrengen, dan zou ongeveer de helft van de leerlingen naar een ander schooltype moeten.”

Maar niemand heeft er toch belang bij dat leerlingen op een verkeerd schooltype terecht komen?

“Het is een politieke keuze. De overheid is gaan geloven in de abolute waarde van het getal. Doelstellingen moeten in cijfers worden uitgedrukt. Dat zie je bijvoorbeeld bij de politie, in de zorg. Getallen geven houvast en de schijn van wetenschappelijkheid. De minister wil een kleutertoets invoeren om die later naast de Cito-score van dezelfde leerling in groep 8 te leggen. Dan zou je kunnen berekenen wat de kwaliteit van een school is. Dat is net zo onzinnig als het misbruik van een intelligentietest, want zo'n score zegt helemaal niets. Je zou er ook het functioneren van de ouders mee kunnen beoordelen, of de kwaliteit van de supermarkt.”

Bovendien zijn allochtone leerlingen vaak sterk in het nadeel als zij een intelligentietest moeten maken, zegt Tellegen. Daardoor komen er te veel allochtone kinderen in het vmbo en praktijkonderwijs terecht. Hij baseert zich op een recent onderzoek waarbij leerlingen uit de eerste klas van het voortgezet onderwijs een intelligentietest moesten maken. In de derde klas werd nagegaan wat hun onderwijsniveau was. Niet-westerse allochtone leerlingen bleken onderwijs op een hoger niveau te volgen dan op grond van de IQ-scores kon worden verwacht.

Tellegen: “Allochtone vwo-scholieren presteren op school over het algemeen prima, maar hebben een gemiddelde IQ-score die bij autochtone kinderen overeenkomt met havo-niveau. Dat betekent dat als alleen de test wordt gebruikt bij de toelating voor het schooltype, allochtone leerlingen sterk benadeeld worden.”

De reden van de mindere testprestaties is volgens Tellegen het feit dat intelligentietests doorgaans sterk gericht zijn op taalvaardigheid. “Omdat Nederlands voor veel allochtone kinderen niet de moedertaal is, komt er dus al snel een lagere score uit. Ik vind dat je allochtone kinderen alleen kan testen met een niet-verbale test, bijvoorbeeld het redeneervermogen of ruimtelijk inzicht.”

Maar de nuances van Tellegen zijn niet langer vanzelfsprekend, zegt hij. Vorige week kwam de discussie los over de pil voor verstandelijk gehandicapten, nadat staatssecretaris Ross (CDA, Volksgezondheid) aangaf in principe wel voor zo'n maatregel te voelen. De Gezondheidsraad heeft een paar jaar geleden geadviseerd de IQ-score te laten uitmaken of iemand verstandelijk gehandicapt genoeg is. Tellegen: “En de raad dacht aan een grensscore van 60. Stel je voor! De werkelijkheid is niet in mooie ronde cijfers te vangen. Dit is een vorm van schijnwetenschap met enorme gevolgen voor grote groepen mensen. Voor hetzelfde geld mogen zij geen kinderen meer.”


IQ en onderwijs, twee NRC artikelen
School overschat waarde IQ-test 'School overschat waarde IQ-test' 26 februari 2005
Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn 'Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn' 7 maart 2005

NRC/Handelsblad: 7 maart 2005:

Leraren op basisscholen zijn creatief met toepassen van verplichte intelligentietesten

'Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn'


Veel kinderen komen op een verkeerde school terecht
omdat IQ-testen het schooltype bepalen
,
zei de maker van zo'n test een week geleden.
Onder psychologen en scholen bestaat irritatie over de "schijnzekerheid van het IQ".


Door onze redacteur Guus Valk

ROTTERDAM, 7 MAART. In november zijn de testen weer afgenomen. De 37 leerlingen in de hoogste klas van de Prof. Dr. I.C. van Houtenschool in de Amsterdamse Bijlmermeer een school voor speciaal basisonderwijs gaan volgend jaar naar het voortgezet onderwijs. Voor die tijd moeten zij een verplichte intelligentietest maken.

Net als in voorgaande jaren heeft directeur Cisca Heijboer “gemengde gevoelens”. “De testen geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. Kinderen die het op school redelijk doen, gaan bij de intelligentietest opeens de mist in.”

En dat is vervelend, zegt Heijboer, omdat er zo veel van de test afhangt. Het ministerie van Onderwijs schrijft immers voor dat het IQ van een kind bepaalt of het straks, na de basisschool, extra zorg nodig heeft. Dat betekent: wie een IQ heeft van 55 tot en met 80 punten, moet naar het praktijkonderwijs. Dat zijn aparte scholen waar leerlingen alleen praktische vaardigheden leren, zoals koken, 'omgaan met mensen' of formulieren invullen.

Bij een score tussen de 75 en 90 punten moet de leerling naar het leerwegondersteunend onderwijs in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Scholieren volgen het gewone lesprogramma, maar krijgen van de school extra begeleiding om het te kunnen bijbenen.

Omdat de Van Houtenschool een school is voor kinderen met grote leerproblemen, moesten ze in november allemaal de intelligentietest maken. Maar het probleem, zegt directeur Heijboer, is dat de test niet zo gek veel zégt. “De scores bij de ene test vallen heel anders uit dan bij andere. Wij zeggen al: heeft hij een SON-IQ of een WISC-IQ? (SON en WISC zijn twee verschillende testen, red.) Daar zit een flink aantal punten verschil in. En vaak komen de resultaten helemaal niet overeen met de adviezen van de docent.”

Dus moet je “creatief zijn”, vindt Heijboer. Leerlingen die een lage IQ-score halen en van wie de school denkt dat er meer in zit, wordt gewoon nóg een test afgenomen van andere makelij. De beste score telt. “We willen dat de score voor het kind gunstig uitvalt.”

De leerlingen van de Van Houtenschool zijn al aan de beurt geweest, maar de komende weken moeten ook tienduizenden leerlingen in het regulier basisonderwijs een intelligentietest maken. Vorige week kwamen de resultaten van de Cito-toets binnen die 85 procent van de leerlingen moet maken. Wie een slechte score heeft, moet opnieuw getest worden. In 2003 kregen ruim 100.000 leerlingen op basis van hun IQ het stempel 'zorgleerling'. Een kwart van hen moest op basis van de test naar het praktijkonderwijs.

Een week geleden sloeg dr. Peter Tellegen, psycholoog en maker van twee van de vijf toegestane intelligentietesten, in deze krant alarm. Het “circus” rondom het testen van leerlingen, zei hij, is “volledig doorgeslagen. De testen die hij maakt, worden volgens hem ten onrechte als waterscheiding tussen onderwijsvormen. Daardoor “komen nu kinderen in het praktijkonderwijs die daar helemaal niet thuishoren”, aldus Tellegen. “Als een kind daar terechtkomt, is het over het algemeen heel moeilijk daar weer uit te komen.”

Sinds de invoering van het vmbo, in 1999, speelt het IQ een cruciale rol bij het bepalen van het schooltype voor moeilijk lerende kinderen. Staatssecretaris Netelenbos (PvdA, Onderwijs) wilde het aantal kinderen in het speciaal onderwijs terugdringen. Die konden beter integreren in het regulier onderwijs. Voor leerlingen die echt niet het niveau van het vmbo aankunnen, is het praktijkonderwijs bedacht. Een IQ-score zou objectief meten welke leerling waar thuishoort.

Het ministerie van Onderwijs wil niet reageren op de kritiek op het gebruik van IQ-testen. Een woordvoerder zegt dat niet het departement, maar zestien zogeheten 'regionale verwijzingscommissies' in samenwerking met de Cotan, een commissie van het Nederlands Instituut van Pyschologen, bepalen welke testen worden toegelaten en welke niet. “Wij volgen hun adviezen.” Op het nut van intelligentietesten als meetinstrument wil het ministerie niet ingaan. De Cotan wil evenmin reageren.

Toch is het ministerie van Onderwijs bekend met de onnauwkeurigheid van IQ-testen. Al in 2002 zei toenmalig staatssecretaris Adelmund (PvdA, Onderwijs) in de Tweede Kamer dat ze eens wilde doorpraten over dit “gevoelige onderwerp”. “Degenen die sociale studies hebben gevolgd, weten hoe een IQ-test werkt. De ene dag is er een andere uitslag dan twee weken later, als je op tijd naar bed bent geweest en een boekje hebt doorgeploegd.” Het onderwerp is nooit meer ter sprake gekomen in het parlement.

In januari stuurde het Nederlands Instituut van Psychologen een brandbrief naar de Tweede Kamer. De psychologen vinden dat de manier waarop IQ-scores gebruikt worden “schijnzekerheid geeft en zorgt voor onverantwoorde simplificatie.”

Want met de testen is van alles aan de hand, schrijven de psychologen. Veel testen hebben “verouderde normen”. Doordat ze vaak sterk op taalvaardigheid gericht zijn, zijn allochtone leerlingen in het nadeel.

Maar wat bovenal steekt: de “beperkte betrouwbaarheid” van een aantal testen. Omdat veel scholen, net als de Van Houtenschool, kinderen opnieuw testen als de score tegenvalt, “dreigt het gevaar van testen om het testen”.

Misschien, zegt Tweede-Kamerlid Ursie Lambrechts van coalitiepartij D66, zijn intelligentietesten de afgelopen jaren wel “veel te rigide” toegepast. Ze wil er binnenkort met minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) over praten. “Het hanteren van IQ-scores past in deze tijd, we zijn op zoek naar harde maatstaven. Maar ik heb het idee dat we met zijn allen aan het doorschieten zijn in ons geloof in objectiviteit. De werkelijkheid zit zo niet in elkaar.”


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests