Intelligentietests voor jonge kinderen Intelligentietests voor jonge kinderen Bespreking: Intelligentie, weten en meten Intelligentie: weten en meten Diagnostiek bij onderwijs en indicatiestelling Diagnostiek onderwijs en indicatiestelling
Zin of onzin van de kleutertoets Zin of onzin van de kleutertoets Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Zogenaamde Classificerende Diagnostiek Rugzak of Aapje? Rugzak of Aapje?
Het kind als machientje Het kind als machientje De waan van het IQ De waan van het IQ Diagnosten in spagaat Diagnosten in spagaat
Kinderen met dyslexie onderschat Kinderen met dyslexie onderschat IQ en onderwijs, twee NRC artikelen IQ en onderwijs, twee NRC artikelen Tests onzuiver belicht Tests onzuiver belicht


Overgenomen van de website van het NIP: www.psynip.nl (onder publieksinformatie).
februari 2003

Zin of onzin van de kleutertoets

Niet zo nodig, slecht idee, waanzinnig, niet in het belang van de kinderen.
Een greep uit de reacties van psychologen op de vraag:
Wat vindt u van het invoeren van een wettelijk verplichte kleutertoets voor alle vierjarigen?’

Een oud plan is opnieuw uit de lade getrokken. Eind 2003 wordt het ‘wetsvoorstel begintoets’ bij de Tweede Kamer ingediend, zodat van alle kleuters kan worden vastgesteld met welke vaardigheden zij het basisonderwijs binnenkomen. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is inmiddels in gesprek met de toetsontwikkelaars van het CITO om zich te informeren over een mogelijke vormgeving van een kleutertoets. Deze toets zal overigens niet alleen gebruikt worden om het niveau van kinderen te bepalen. De regering is ook geïnteresseerd in de vraag of de prestaties van scholen gemeten kunnen worden door de uitslagen van de begintoetsen te vergelijken met de uitslagen van eind CITO toetsen. Bovendien krijgen scholen dan ook extra geld voor leerlingen die een achterstand blijken te hebben na het afnemen van de kleutertoets.

Vijf geïnterviewde deskundigen wijzen op de vele voetangels en klemmen die gepaard gaan bij het massaal testen van vierjarigen. Een aantal van de bezwaren op een rijtje:

De uitslag van de test van een vierjarige is slechts kort geldig
‘De uitslag zegt niet zo veel over wat het kind in de toekomst presteert’, zegt Wilma Resing van de Commissie Testaangelegenheden Nederland (Cotan) van het NIP. ‘Een kind van vier kan bijvoorbeeld een achterstand hebben, maar na een jaar niet meer. De heer Jef van Kuyk van het CITO vertelt dat de uitslag van een test bij kleuters niet langer dan een half jaar geldig is. Voor de leerlingvolgsystemen die hij voor het CITO ontwikkeld heeft wordt er ieder half jaar een test afgenomen. ‘Met zo’n systeem kunnen de leerlingen goed gevolgd worden in hun ontwikkeling en kunnen de juiste beslissingen genomen worden’, zegt Van Kuyk. Een eenmalige kleutertoets heeft dus slechts voor een beperkte periode waarde.

De uitslag van de tests is te variabel
‘Ondanks dat er goede tests op de markt zijn voor jonge kinderen, zijn er toch enorme verschillen in de testuitslagen. Waar dat precies aan ligt, is niet bekend’, zegt Peter Tellegen. Tellegen is werkzaam op de Universiteit van Groningen en is ondermeer samensteller van de website www.testresearch.nl. ‘Zeker bij het massaal afnemen van tests is de oorzaak van de verschillen niet te achterhalen en zal de uitslag heel onbetrouwbaar zijn.’ ‘Vooral bij intelligentietests is de uitslag bij een vierjarig kind te variabel’, vindt ook Resing. Zij verwijst bovendien naar het rapport van de commissie Kohnstamm uit 1996. Het rapport gaf een negatief advies over het instellen van een kleutertoets aan de toenmalige regering.

Kinderen van vier jaar zijn moeilijk te testen
Een kleuter kan nog niet lezen of schrijven en kan zich maar kort concentreren. Guy Couturier is werkzaam als klinisch psycholoog en als docent op de Universiteit van Tilburg, hij geeft postdoctoraal onderwijs op het RINO over baby’s, peuters en kleuters. Couturier is van mening dat de juiste vaardigheden en werkhouding om een test te kunnen doen pas met vijf, zes jaar aanwezig zijn.

Achterstanden bij kinderen worden nu al gesignaleerd
Bert Doets wijst op de immense organisatie die het preventief testen van alle vierjarigen, die gedurende het hele jaar naar school gaan, met zich mee brengt. ‘Kinderen komen niet als een onbeschreven blad op school’, zegt Doets. ‘Er is al heel veel bekend over het kind via consultatiebureau en peuterspeelzaal of kinderdagverblijf’. Doets pleit dan ook voor een betere overdracht tussen deze instellingen en de basisschool. Bovendien is hij voorstander van het volgen van de (psychosociale) ontwikkeling van het jonge kind vanaf de geboorte en het vroegtijdig signaleren en aanpakken van problemen bij jonge kinderen. ‘Een kleutertoets is dan eigenlijk niet meer nodig’, vindt Doets. Bert Doets, is bestuurslid van de sectie Het Jonge Kind van het NIP. Hij is werkzaam bij de GGD als coördinator 'vroegtijdige onderkenning ontwikkelingsproblematiek bij kinderen (VOT)’. Ook Van Kuyk noemt de voordelen van het vroegtijdig opsporen van problemen (vóór het vierde jaar). Hij verwijst, evenals andere collega’s in dit artikel, naar de huidige Piramide methode, een educatieve methode voor alle drie- tot zesjarige kinderen, met speciale uitwerkingen voor achterstandskinderen van allochtone en autochtone afkomst. De Piramidemethode blijkt een effectieve methode te zijn, die helpt om kinderen succesvol basisonderwijs te geven.
Tellegen en Couturier vinden dat leerkrachten nu al heel goed in staat zijn om achterstanden bij hun leerlingen te signaleren. ‘In het huidige systeem wordt bij maximaal vijf procent van de kinderen een eventuele achterstand niet opgemerkt,’ zegt Couturier. ‘Dit zijn meestal de kinderen die we nu al niet te zien krijgen op consultatiebureaus en peuterspeelzalen en die vaak pas op hun vijfde jaar, als ze leerplichtig zijn op school verschijnen.’ ‘Het onderwijs schreeuwt om extra capaciteit voor leerkrachten om achterstanden op te vangen, de overheid kan beter investeren in het verbeteren van de bestaande situatie op scholen,’ voegt Tellegen hier aan toe.Verder wijzen de geïnterviewden op het feit dat er nu al te weinig mogelijkheden zijn om kinderen met problemen daadwerkelijk hulp te bieden. Er zijn enorme wachtlijsten voor het speciaal onderwijs, logopedisten, kinderneurologen et cetera. Wat roep je op door alle kinderen te testen? De kinderen krijgen al meteen op vierjarige leeftijd een stempel. ‘Bovendien hebben we het hier trouwens wel over kleuters, zegt Tellegen, vroeger mochten vierjarigen nog spelen, nu begint het onderwijs al meteen!’

Kwaliteit van scholen
De vijf geïnterviewden zijn het er unaniem over eens dat het onmogelijk is de kwaliteit van scholen via een begin- en een eindtoets te meten. Bovendien is deze methode veel te fraudegevoelig, scholen krijgen meer geld wanneer de kleuters laag scoren. ‘Kinderen mogen niet misbruikt worden om de prestaties van een school te meten’, zegt Resing. ‘De CITO (eind)toets wordt nu ook al gebruikt om scholen te beoordelen op prestaties. De toets is daar helemaal niet voor bedoeld. Het gaat om het niveau van een individuele leerling te bepalen en daardoor hulp te bieden bij de schoolkeuze’, vindt Tellegen.
Van Kuyk vertelt dat de Citogroep met de Inspectie meewerkt aan een opdracht van het Ministerie om te onderzoeken of het überhaupt mogelijk is om met behulp van toetsgegevens uitspraken te doen over de opbrengsten en de effectiviteit van het basisonderwijs. Voor dit onderzoek zou bij vijfhonderd scholen die aan het leerlingvolgsysteem (ieder half jaar een test) hebben meegedaan, bekeken kunnen worden hoe het die kinderen de laatste acht jaar is vergaan. En of de vraag reëel is om de prestaties van de scholen daaraan te koppelen. ‘Een zinvol onderzoek’, vindt Van Kuyk.

Van Kuyk staat overigens niet negatief tegenover het toetsen van kleuters. ‘Mits het in het belang is van het kind’, zegt hij. ‘Het doel moet het verbeteren van het onderwijs aan het jonge kind zijn. Geef de leerkracht instrumenten om het onderwijs te verbeteren. De ontwikkeling van het kind zou dan wel breed gemeten moeten worden, zowel fysiek (spelen/werken), sociaal-emotioneel als cognitief (kennis). En de ontwikkeling van het kind moet blijvend gevolgd worden’, vindt Van Kuyk.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests