De verleiding van zelf psycholoogje spelen Zelf psycholoogje spelen Met testen meet je niks Met testen meet je niks IQ-test grove belediging IQ-test grove belediging .


de Volkskrant, 12 augustus 2005

Jump naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, 21 juli 2005

"Ik vond de test een grove belediging"

Door Ron van Gelderen

Sollicitant Henk Laarman vocht met succes zijn IQ-test aan.
Nu, na drie jaar, eist hij alsnog de beoogde baan bij de Belastingdienst.
‘Ik ben ongefundeerd afgeserveerd.’

Henk Laarman is verwikkeld in de langst durende sollicitatieprocedure die ooit heeft plaatsgevonden. Ruim drie jaar na een mislukte IQ-test eist de 55-jarige ambtenaar alsnog de beoogde baan bij de Belastingdienst. Zijn advocaat stuurde daarover vorige week een brief aan de staatssecretaris van Financiën en de ambtelijke leiding van de dienst. Die heeft hem beloofd volgende week te reageren.

Tot op de dag van vandaag maakt Laarman zich kwaad over de IQ-test die hem deed struikelen aan het eind van een verder succesvol verlopen sollicitatieprocedure: ‘Ik ben fabrieksmatig getest en ongefundeerd afgeserveerd.’ Zijn score was volgens het testbureau ‘gering’. Hij bleek ‘een relatief minder sterke kandidaat voor de functie’. Een afwijzing volgde.

Anders dan de meeste sollicitanten liet Laarman het er niet bij zitten. Hij kon zich simpelweg niet voorstellen dat hij ondanks zijn kennis en ervaring ongeschikt zou zijn voor deze hbo-baan: ‘Ik vond het een grove belediging.’ Hij deed op eigen kosten een tweede test, en scoorde aanzienlijk beter.

Laarman klaagde bij het tuchtcollege voor psychologen en stapte naar de rechter. Eind juli haalde hij zijn gelijk. Hij had nooit op grond van de gebrekkige IQ-test mogen worden afgewezen, stelde de Centrale Raad van Beroep. De testuitslag is onvoldoende betrouwbaar en de besluitvorming van de belastingdienst is onzorgvuldig, oordeelde de hoogste bestuursrechter voor ambtenarenzaken.

De zaak van sollicitant David tegen werkgever Goliath staat niet op zich, al is de langdurige rechtsgang een unicum. Meer sollicitanten klagen over de kwaliteit van het psychologisch onderzoek waaraan ze worden onderworpen. Elke werkdag zitten naar schatting vijftienhonderd Nederlandse sollicitanten te zwoegen op een selectietest, en lang niet altijd tot hun genoegen.

Hoewel de macht in sollicitatieprocedures doorgaans bij de werkgevers ligt, hoeven sollicitanten zich niet alles te laten welgevallen. Een goede werkgever zal een sollicitant in ieder geval vooraf informeren over de aard van het onderzoek. Betreft het bijvoorbeeld een korte computertest of wordt het een rollenspel?

Wie zich grondig wil voorbereiden, kan dan thuis oefenen. Informatief zijn bijvoorbeeld de boeken van de psycholoog Wim Bloemers: De kleine assessmentgids en Het psychologisch onderzoek, een oefenboek.

Een slechte testuitslag blijft in principe binnenskamers. De sollicitant wordt geïnformeerd over de uitslag voordat deze met zijn toestemming wordt doorgestuurd naar de beoogde werkgever. Overigens is deze gedragsregel van testpsychologen steeds lastiger uitvoerbaar nu werkgevers de tests vaker zelf per computer afnemen.

Een enkele keer moet de test simpelweg worden geweigerd. Een testje dat door de personeelsmanager zelf in elkaar is geplakt? Een wonderlijk rollenspel met honderd andere sollicitanten? Wie onraad ruikt, kan beter afhaken. De beoogde baan gaat dan, inclusief alle frustraties, naar een ander.

De arbeidsmarkt is de laatste jaren overspoeld door gebrekkige selectietests die bovendien vaak via een computer worden afgenomen zonder dat de sollicitant door een testpsycholoog wordt gezien. Liefst 85 procent van de geregistreerde tests vertoont gebreken, constateert de beoordelingscommissie Cotan van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).

De zogenoemde Brain-test die Laarman evenals veel andere sollicitanten per computer maakte, werd door deze commissie al in 1999 met een onvoldoende beoordeeld. Met de testvragen is op zich weinig mis, maar het turven van de antwoorden leidt simpelweg niet tot een betrouwbaar beeld van het niveau van de kandidaat. ‘Niet gebleken is dat de gebreken inmiddels op genoegzame wijze zijn ondervangen’, aldus de bestuursrechter in de zaak-Laarman.

‘Een psychologische test is in onze ogen nooit af’, reageert Matthijs Verburg, directeur van Meurs HRM, het gerenommeerde adviesbureau dat de afgewezen ambtenaar testte. Een kritisch oordeel van de commissie-Cotan maakt een test volgens hem niet per definitie ongeschikt.

‘Tests zijn wel degelijk bruikbaar, maar dienen wel nader onderzocht en eventueel aangepast te worden’, meldt Verburg, die alleen per e-mail wil reageren en zich onthoudt van commentaar op de specifieke zaak. De gewraakte test is volgens Verburg elk jaar onderzocht en verbeterd. Onderdelen zijn verwijderd en toegevoegd. Ook de normen zijn aangepast. ‘Op dit moment, 2005, is de test wederom licht gewijzigd.’

De test behoort volgens de directeur van Meurs HRM zelfs tot de betere: ‘Wij zijn van mening dat onze capaciteitentest naar inzichten van de wetenschap prima bruikbaar is ter ondersteuning van selectiebeslissingen.’

De laatste opmerking is een belangrijke nuancering. Terwijl werkgevers de uitslag van psychologisch onderzoek vaak tot eindoordeel verheffen, benadrukken de testpsychologen nadrukkelijk dat de uitslag slechts een van de bouwstenen is voor een gefundeerde beslissing over de sollicitant.

Ook de Centrale Raad van Beroep stelt in zijn uitspraak dat een werkgever een testuitslag nimmer blind mag volgen. David Duijvelshoff, advocaat van de sollicitant, hoopt dat werkgevers lering trekken uit dit deel van de uitspraak. Het noopt met name personeelsmanagers bij de overheid tot meer zorgvuldigheid. Een bestuursorgaan mag nooit een extern advies volgen zonder zich te vergewissen van de kwaliteit van het advies, benadrukt de Raad.

Nu vaststaat dat de Belastingdienst de gewraakte testuitslag nooit voor zoete koek had mogen aannemen, heeft advocaat Duijvelshoff de leiding van de dienst per brief laten weten dat Laarman alsnog zijn baan opeist: ‘Voordat hij de fatale test aflegde, was hij immers al in beginsel aangesteld onder voorbehoud dat de testpsycholoog een positief oordeel zou vellen.’

De Belastingdienst, die nu nog niet inhoudelijk op de zaak wil reageren, laat weten dat binnen zes weken een besluit wordt genomen. Mocht deze afwijzend zijn, dan stuurt Duijvelshoff een eis tot schadevergoeding naar het ministerie en mogelijk ook naar het testbureau: ‘Doordat Laarman zijn carrière niet heeft kunnen voortzetten, heeft hij aantoonbaar financiële schade opgelopen.’

De strijdende sollicitant, die momenteel werkloos is, ziet het liever niet zo ver komen: ‘Ik wil gewoon heel graag de baan. Na de vernietigende uitspraak van de rechter kan de conclusie haast niet anders zijn dat ik alsnog word aangenomen. Ik wil er alles aan doen om er iets moois van te maken.’


to top to top to top to top

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak: 21-07-2005
Datum publicatie: 25-07-2005
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Weigering betrokkene te benoemen in door hem geambieerde functie omdat hij niet met goed resultaat de persoonlijkheids- en intelligentietest heeft afgelegd. Deugdelijkheid onderzoek onderzoeksbureau.

Uitspraak

03/4128 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en de Staatssecretaris van Financiën, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op de daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 4 juli 2003, nr. 02/997 AW 206, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend en desgevraagd een nader stuk ingezonden.

Namens appellant is een nader stuk ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 9 juni 2005, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door
mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Zoetermeer. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.J.M. Oenema, werkzaam bij de Belastingdienst.

II. MOTIVERING

1.1. Appellant, als ambtenaar aangesteld in algemene dienst van het Rijk en werkzaam als [naam functie] bij de afdeling Criminele Inlichtingen van de Dienst Recherche Zaken van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft op 10 augustus 2001, na daartoe door de Belastingdienst te zijn uitgenodigd, gesolliciteerd naar de functie van medewerker opsporing bij de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) van de Belastingdienst/FIOD-ECD.

1.2. Na een sollicitatiegesprek en een arbeidsvoorwaardengesprek heeft gedaagde appellant bij brief van 20 december 2001 zijn voornemen kenbaar gemaakt appellant met ingang van 1 januari 2002 aan te stellen als ambtenaar in vaste dienst in genoemde functie van medewerker opsporing CIE, onder de voorwaarde dat appellant onder meer een persoonlijkheids- en intelligentietest met goed resultaat zou afleggen.

1.3. Deze test is op 19 december 2001 door Meurs Personeelsadvies (MPa) bij appellant afgenomen onder verant- woordelijkheid van het Centrum voor Kennis en Communicatie van de Belastingdienst (B/CKC). De eindconclusie van deze test luidde ”gering”, hetgeen wil zeggen dat appellant “een relatief minder sterke kandidaat voor de functie” was.

1.4. Bij besluit van 18 januari 2002 heeft gedaagde appellant meegedeeld dat hij niet voor benoeming in de door hem geambieerde functie in aanmerking komt omdat hij niet met goed resultaat de persoonlijkheids- en intelligentietest heeft afgelegd.

1.5. Bij het thans in geding zijnde besluit van 17 september 2002 heeft gedaagde - uiteindelijk - het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 januari 2002 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat gedaagde de weigering hem te benoemen in de functie medewerker opsporing CIE ten onrechte heeft gebaseerd op de eindconclusie van MPa, nu aan die conclusie een naar het oordeel van appellant ondeugdelijk onderzoek ten grondslag ligt. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant onder meer verwezen naar het rapport van het door hem ingeschakelde psychologisch adviesbureau Ponte van 9 januari 2002, waaruit naar voren komt dat hij inhoudelijk over een gemiddeld HBO werk- en denkniveau beschikt.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad stelt voorop dat een besluit in een sollicitatieprocedure als de onderhavige het resultaat is van een afwegingsproces waarbij de capaciteiten van de betrokkene tegen de functie-eisen worden afgezet. Nu het bestuursorgaan daarbij een grote beoordelingsruimte en afwegingsvrijheid heeft, is de rechterlijke toetsing terughoudend.

4.2. De Raad stelt vast dat de door appellant geambieerde functie van medewerker opsporing CIE een groepsfunctie F is, waarvoor volgens het Reglement Personeelsvoorschriften Belastingdienst (RPvB) een met goed gevolg afgeronde opleiding op HBO-niveau in een voor de desbetreffende werkzaamheden van belang zijnde studierichting vereist is. Appellant voldoet niet aan deze vooropleidingseis.

4.3. In het RPvB is voorts bepaald dat interne kandidaten die niet voldoen aan de vooropleidingseis toch aan de (voor-)selectie mee kunnen doen indien zij beschikken over een denkniveau dat vergelijkbaar is met de vereiste vooropleiding. Of de interne kandidaten hieraan voldoen, dient te worden vastgesteld aan de hand van een onder verantwoordelijkheid van B/CKC af te nemen niveautest. Deze niveautest bestaat uit een persoonlijkheids- en intelligentietest. Toelating tot de selectie is niet mogelijk zonder positief resultaat van de niveautest.

4.4. Naar vaste jurisprudentie (bijv. ’s Raads uitspraak van 2 mei 2002, nr. 00/2864 AW, LJN AE4573) brengen de ten aanzien van een deugdelijk besluitvorming te stellen eisen met zich mee dat, wanneer een bestuursorgaan zich in het kader van zijn besluitvorming op een advies baseert, dit orgaan zich ervan dient te vergewissen dat aan de totstandkoming en de inhoud van dat advies geen zodanige gebreken kleven dat het besluit niet, althans niet zonder meer, op dat advies mag worden gebaseerd.

4.5.1. De Raad is van oordeel dat de omstandigheden van het onderhavige geval gedaagde noopten het advies van MPa met meer dan de gebruikelijk in acht te nemen zorgvuldigheid te beoordelen. Gedaagde had immers appellant, als mogelijk geschikte kandidaat, uitgenodigd te solliciteren en, nadat appellant de sollicitatieprocedure tot dan met goed gevolg had doorlopen, reeds zijn voornemen kenbaar gemaakt appellant bij een voldoende testresultaat in vaste dienst per 1 januari 2002 aan te stellen.

4.5.2. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting moet ervan worden uitgegaan dat MPa bij zijn onderzoek van appellants intelligentieniveau gebruik heeft gemaakt van de zogeheten Meurs test BRAIN Hoog niveau. Deze test was reeds in 1999 door de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) op een aantal aspecten, waaronder het aspect betrouwbaarheid, met een onvoldoende beoordeeld. Niet gebleken is dat de desbetreffende gebreken inmiddels op genoegzame wijze zijn ondervangen.

4.5.3. Voorts heeft het door appellant ingeschakelde psychologisch adviesbureau Ponte in zijn rapport van 9 januari 2002 na een psychologisch onderzoek, anders dan Mpa, geconcludeerd dat appellant wel over een gemiddeld HBO werk- en denkniveau beschikt.
4.5.4. Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, hadden gedaagde aanleiding moeten geven te twijfelen aan de juistheid van de advisering van MPa. De Raad meent dan ook dat gedaagde een ander psychologisch adviesbureau had moeten inschakelen om opnieuw appellants intelligentieniveau te testen, of op zijn minst het andersluidend oordeel van Ponte aan MPa had moeten voorleggen met de vraag of dat oordeel aanleiding geeft tot wijziging van de conclusies van MPa omtrent appellants intelligentieniveau.

4.6. Door niettemin te volstaan met verwijzing naar het advies van MPa van 19 december 2001, heeft gedaagde het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en genomen, noch ook voldoende draagkrachtig gemotiveerd. De Raad is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in rechte geen stand kan houden en voor vernietiging in aanmerking komt, evenals de aangevallen uitspraak waarbij dat besluit in stand is gelaten.

5.1. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding gedaagde op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant in eerste aanleg tot een bedrag van € 644,- aan kosten van rechtsbijstand en € 1,68 aan reiskosten en in hoger beroep tot een bedrag van € 644,- aan kosten van rechtsbijstand en € 23,38 aan reiskosten, in totaal
€ 1.313,06.

5.2. Appellant heeft voorts nog de door hem gemaakte kosten in verband met het door het psychologisch adviesbureau Ponte opgestelde rapport gedeclareerd. Deze kosten komen echter niet voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van de Awb in aanmerking, nu zodanige vergoeding ingevolge dat artikel uitsluitend mogelijk is voor kosten die een partij in verband met de behandeling van het bezwaar dan wel beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Het rapport van Ponte is reeds op
9 januari 2002 opgemaakt, derhalve nog vóór het primaire besluit van 18 januari 2002.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het besluit van 17 september 2002;
Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een totaalbedrag van € 1.313,06, te betalen door de Staat der Nederlanden;
Bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellant het door hem in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 284,- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. J.C.F. Talman als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Grauss als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2005.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) J.P. Grauss.


to top to top to top to top

homepage T&T homepage SON-tests